Het Antwerpse havengebied is een van de belangrijkste leefgebieden van Europees bedreigde soorten. Maar liefst 90 beschermde dier- en plantensoorten hebben hun leefgebied in de Antwerpse haven.

Een belangrijk aantal van die beschermde soorten zijn bovendien havenspecifiek: ze zijn voor hun voortbestaan in Vlaanderen afhankelijk van leefgebieden en habitats die typisch zijn voor havengebieden. Wanneer er op bedrijfsterreinen in de Antwerpse haven beschermde soorten worden aangetroffen, mogen de economische activiteiten het voortbestaan van deze soorten niet in het gedrang brengen.

20150616 Foto4c droge graslanden haasopVoor bedrijven biedt deze situatie niet meteen rechtszekerheid. Om hiervoor een duurzame oplossing te vinden, werd de voorbije jaren werk gemaakt van het Soortenbeschermingsprogramma Antwerpse haven. Hiermee zorgt de Antwerpse haven voor een primeur, want het is eerste gebiedsgericht programma dat in Vlaanderen werd goedgekeurd door de Vlaamse minister van Leefmilieu.

Het Soortenbeschermingsprogramma (SBP) heeft als doel beschermde soorten waarvoor het havengebied een belangrijke vindplaats is in stand te houden op het niveau van het havengebied, veeleer dan op het niveau van het individueel bedrijfsterrein.

Door het realiseren van een netwerk van kerngebieden en corridors waar havenspecifieke fauna en flora zich kan ontwikkelen, krijgt de havenexploitatie en –ontwikkeling alle kansen waardoor economie en natuurbeheer in harmonie met elkaar kunnen bestaan.

Anders gezegd, door ervoor te zorgen dat er een goede staat van instandhouding wordt bereikt voor de beschermde soorten in het ganse havengebied, hoeven individuele bedrijven niet meteen meer hun activiteiten anders in te richten wanneer ze op hun terrein bijvoorbeeld een beschermde rugstreeppad aantreffen.

Het SBP Antwerpse haven bundelt 14 individuele soortenbeschermingsprogramma’s voor paraplusoorten (ISBPP). De Rugstreeppad, de Gierzwaluw, de Oeverzwaluw, de Huiszwaluw, de Slechtvalk, de Visdief, de Zwartkopmeeuw, de Blauwborst, de Bruine kiekendief, de Moeraswespenorchis, de Groenknolorchis, het Wit bosvogeltje, het Bruin blauwtje en de Meervleermuis werden als paraplusoort geselecteerd.

Acties, bestaande uit zowel beheers- als inrichtingsmaatregelen, die voor deze soorten genomen worden, garanderen ook het duurzaam voortbestaan van de overige 76 beschermde soorten, naast tal van andere soorten die eveneens zullen meeprofiteren van de acties.

groot20rietveld20kleinHet Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen neemt als gebiedsbeheerder de publieke taak op van coördinator en regisseur voor een correcte en tijdige uitvoering van de afgesproken acties.

Door de uitvoering van deze acties wordt het voor het Agentschap Natuur en Bos mogelijk om aan de havengebruikers afwijkingen toe te staan op de geldende verbodsbepalingen uit het Soortenbesluit voor alle 90 beschermde soorten.

Het SBP Antwerpse haven en de uitbouw van een netwerk van ecologische infrastructuur binnen het Antwerps Havengebied werd door het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen uitgewerkt, in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos, de Maatschappij Linkerscheldeoever, vzw Natuurpunt, Voka-Kamer van Koophandel Antwerpen-Waasland / Alfaport en vertegenwoordigers van de industrie.

Het Soortenbeschermingsprogramma Antwerpse Haven en het netwerk van ecologische infrastructuur hebben ook positieve gevolgen voor de bedrijven in de Antwerpse haven. Als er voorheen beschermde soorten op bedrijventerreinen werden gevonden, ging dit voor de bedrijven gepaard met de nodige onzekerheid inzake de verdere ontwikkeling van het terrein en de daarbij gepaard gaande investeringen en tijdverlies.

Economische activiteiten mochten namelijk volgens de Vlaamse en Europese wetgeving het voortbestaan van de beschermde soorten niet in het gedrang brengen.

Een gebiedsgerichte aanpak kon hiervoor een oplossing bieden. Onder de vorm van het Soortenbeschermingsprogramma (SBP) wordt het havengebied als één geheel, als één ecologische eenheid omschreven. De doelstellingen worden dus niet langer geformuleerd als specifiek te behouden op een terrein, maar als totale doelstellingen in heel het havengebied.

Daarbij wordt het netwerk van ecologische infrastructuur (EIN) voorbehouden voor de natuur om er de doelstellingen te bereiken. Het EIN biedt daarbij een garantie voor het behoud van de havenspecifieke habitats.

Bovendien vormt het EIN een heus netwerk, zodat de isolatie van populaties wordt tegengegaan. Indien alle doelstellingen worden behaald in het EIN, zijn dus ineens ook de doelstellingen behaald voor het hele havengebied, hetgeen een verhoogde rechtszekerheid biedt voor bedrijven in de rest van het havengebied.

Op basis van het Soortenbeschermingsprogramma kunnen bedrijven een afwijking aanvragen op het Soortenbesluit bij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). De aan te vragen afwijkingen zijn gebonden aan de paraplusoorten van het SBP. Indien bv. kalkrijk, voedselarm grasland zal worden ingenomen, dient een afwijking te worden aangevraagd voor bruin blauwtje.

Het ANB verwerkt dan de aangevraagde afwijking en stelt waar nodig compenserende acties voor voor de duurzame instandhouding van de betrokken soorten in het Antwerps havengebied. Deze compenserende acties worden aangewend om het netwerk lokaal te optimaliseren door middel van aanplantingen of bijkomende inrichtingen.

 

Ondersteuning van het EI-netwerk op bedrijventerreinen
Hoewel het EIN volledig is uitgetekend en de doelstellingen ook zijn bepaald binnen de grenzen van het EIN, kunnen de bedrijven mee zorgen voor de ondersteuning van het netwerk. Zo kunnen bedrijven hun braakliggende terreinen en reststukjes ecologisch gaan inrichten en beheren met een meerwaarde voor de natuur in het havengebied, maar zonder restricties naar de toekomst toe.

Voor voorbeelden van bedrijven die mee hebben gewerkt aan het behoud van (al dan niet tijdelijke) natuur op hun terreinen, zie bedrijven.

Soorten verbonden aan gebouwen en bouwwerken
Een aantal soorten zijn specifiek verbonden aan de gebouwen of andere bouwwerken op de industrieterreinen: gierzwaluwen, huiszwaluwen, oeverzwaluwen, meervleermuizen en slechtvalken.

 

Gierzwaluwen
Gierzwaluwen broeden tussen kieren en spleten van oude gebouwen. In het havengebied van linkeroever broeden ze o.a. in de dorpskern van Doel.

 

Huiszwaluwen
Huiszwaluwen broeden onder een uitstekende rand van bruggen en gebouwen. Meestal nestelen ze op een beperkte afstand van open water (<400m), waar ze insecten vinden om op te jagen en modder om nesten mee te bouwen. Huiszwaluwen zijn bijzonder plaatstrouw en zullen niet snel nieuwe locaties koloniseren, tenzij vlakbij een andere kolonie.

In de haven zit één kolonie op linkeroever, namelijk aan de vestiging van Lanxess aan de Ketenislaan. In 2014 werden ter versteviging van de bestaande kolonie kunstnesten aangebracht op de bestaande nestlocatie.

 

Oeverzwaluwen
Oeverzwaluwen broeden van nature in afkalvende oevers van waterlopen en rivieren. Aangezien de dijkwerken er voor hebben gezorgd dat dit soort biotoop niet meer aanwezig is, is het voor oeverzwaluwen bijzonder moeilijk geworden om geschikte nestlocaties te vinden.

In de haven bevindt zich echter nog 15-20% van de totale Vlaamse populatie en dat heeft alles te maken met de bouwwerkzaamheden die in een havengebied als het onze voorkomen. Her en der worden immers grote zandhopen (tijdelijk) achtergelaten, die dan ook nog eens ten gepaste tijde afschuiven waardoor heel wat surrogaatbiotoop aanwezig is.

Individuele bedrijven kunnen ook op deze manier een bijdrage leveren voor de natuur: een zandhoop die jaarlijks een beetje afkalft, neemt immers niet veel ruimte in beslag.

 

Meervleermuizen
Meervleermuizen en andere meeliftende vleermuizen kunnen onderdak zoeken in loodsen van bedrijven. Momenteel is echter nog niets bekend over zomer- of winterverblijfplaatsen in de havenbedrijven. Daarom is nog verder onderzoek nodig. Dat onderzoek zal de komende jaren uitgevoerd worden.

 

Slechtvalken
Slechtvalken broeden van nature in rotswanden en aan hoge kliffen. In het havengebied kunnen ze echter gebruik maken van allerlei andere hoge structuren, zoals gebouwen, schoorstenen, koeltorens en zelfs kranen. Op linkeroever hebben ze hun stek aan Electrabel centrale van Doel. De centrale van Kallo is ondertussen afgebroken. Voor de nestkast wordt nog een alternatieve locatie gezocht.

 

Johan Baetens
Projectmedewerker linkeroever
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel.: +32 3 722 15 37
Grote Baan 197, 9120 Melsele/ Beveren

 

Dirk Eekelers
Projectmedewerker rechteroever
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel. +32 (0)3 541 58 25
Steenstraat 25, 2180 Ekeren

 

Tim Vochten
Projectmedewerker monitoring (deeltijds)
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel.: +32 (0)3 541 58 25
Steenstraat 25, 2180 Ekeren

 

Peter Symens
Beleidsmedewerker (deeltijds)
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel.: +32 15 29 72 37
Coxiestraat 11, 2800 Mechelen

 

Willy Ibens
Coördinator
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tel. +32 3 541 58 25
Steenstraat 25, 2180 Ekeren

 

Partners:

  • Havenbedrijf Antwerpen
  • Maatschappij Linkerscheldeoever

Bedrijven hebben geen schrik meer voor de natuur

 

 












Ecologisch netwerk voor bedreigde dier- en plantensoorten
“Geen schrik meer voor natuur!”

Bedrijven in het havengebied moeten in de toekomst geen schrik meer hebben dat een zeldzame plant of een beschermde diersoort hun uitbreidingsplannen dwarsboomt. Die worden in de toekomst gecompenseerd in een ecologisch netwerk.

Verspreid over het hele havengebied komen er groene eilandjes waar het ideale biotoop wordt gecreëerd voor deze waardevolle fauna en flora. Voor de uitbouw van dit netwerk werken het Havenbedrijf en de Maatschappij Linkerscheldeoever samen met Natuurpunt.

 

Zeldzame Biotoop
Industrie en natuur moet niet altijd voor een conflictsituatie zorgen. Dat bewijst een nieuwe overeenkomst die gemaakt werd voor het havengebied. Peter Symens, beleidsmedewerker bij Natuurpunt legt uit waarom samenwerking nodig is:

“We zitten hier in de haven met een zeldzaam biotoop. Enerzijds is er de overgang van zout naar zoet water en anderzijds zijn er de opgespoten terreinen met kalkrijke grond. Dit vormt een zeldzaam biotoop voor heel wat beschermde dier- en plantensoorten. In totaal komen er in het havengebied 118 soorten voor die Vlaams of zelfs Europees beschermd zijn.

Een voorbeeld hiervan is de groenknolorchis. Deze orchidee gedijt normaal in duingebieden. Tot enkele jaren terug was de plant bijna uitgestorven tot we in de haven vijf exemplaren vonden. Dankzij beschermingsmaatregelen zijn er nu al 2000 plantjes.”

Heel wat chemische en petrochemische bedrijven hebben grote veiligheidsbuffers en braakliggende gronden voor uitbreiding. Die zijn in de loop der jaren uitgegroeid tot kleine natuurgebieden omdat er nooit bemesting is geweest of sproeistoffen zijn gebruikt. Voor de bedrijven stelt zich geen enkel probleem tot de dag dat ze willen uitbreiden en er een zeldzaam plantje of beschermde diersoort wordt aangetroffen.

“Ze kunnen dan bij ons komen aankloppen. Wij zorgen ervoor dat de soort gecompenseerd wordt in een nieuw ecologisch netwerk”, zegt Johan Baetens. Hij werd door Natuurpunt aangesteld als projectmedewerker en vast aanspreekpunt voor de bedrijven. Het ecologisch netwerk omvat 4,5% van het havengebied, goed voor een slordige 600 hectare.

“Dat is niet één groot natuurgebied maar wel een netwerk van restperceeltjes, poelen, wegbermen of stroken waar een bouwverbod geldt door de aanwezigheid van nutsleidingen. Het netwerk maakt onderdeel van het strategisch plan voor de haven. Zodra er een handtekening wordt gezet door de minister kunnen we effectief aan de slag. We hopen dat dit begin volgend jaar zal zijn.”

 

Veilig onder paraplu
Een orchidee verplanten is geen kinderspel maar doenbaar. Hoe gaat men echter een rugstreeppad of vleermuis wijsmaken dat ze best verhuizen naar een ander terrein? “Door de ideale leefomstandigheden na te bootsen”, antwoordt Peter Symens. “We hebben 14 zogenaamde ‘paraplusoorten’ geselecteerd waaronder de groenknolorchis maar ook de rugstreeppad, vleermuis, slechtvalk en zelfs vlinders zoals het bruinblauwtje.

Als we voor deze paraplusoorten het ideale biotoop creëren, kunnen alle beschermde planten en dieren in de haven een thuis vinden. Als een bedrijf wil uitbreiden en geconfronteerd wordt met een beschermde soort kan die een ontheffing krijgen als de soort voorkomt in ons ecologisch netwerk. Als dit niet zo is, zullen we actie ondernemen en de soort proberen verhuizen.

Dit is bijvoorbeeld recent gebeurd met de moeraswespenorchis, een orchidee die moest wijken voor de Deurganckdoksluis en met succes verplant is.”

Deze aanpak is een hele ommezwaai waarvoor ook de wetgeving voor beschermde soorten aangepast moet worden. “Die wet is sowieso verouderd”, zegt Symens. Als er vroeger een beschermde dier- of plantensoort werd aangetroffen in een gebied, werd het hele terrein simpelweg beschermd. De natuurwetgeving werd te vaak gebruikt als een stok om mee te slaan.

We gaan nu de lijst van beschermde dieren en planten verlaten en veranderen in een ‘soortenwetgeving’. Het is onze streefdoel om alle 118 beschermde planten- en diersoorten in ons ecologisch netwerk te krijgen.” De Maatschappij Linkerscheldeoever draagt ook haar steentje bij. De nieuwe rotonde Haendorp zal uitgerust worden met amfibietunnels en krijgt in het midden zelfs een poel waar een rondtrekkende rugstreeppad even kan verpozen.

 

Ecologisch Netwerk
Natuurpunt hoopt dat bedrijven nu een andere houding gaan aannemen tegenover de natuurontwikkeling op hun terreinen. “Nu ze geen schrik meer moeten hebben dat er spontaan zeldzame soorten gedijen, is er geen reden meer om de deuren angstvallig gesloten te houden”, vindt Johan Baetens.

“Vroeger wisten we vaak niet wat er zoal voorkwam in deze veiligheidsbuffers. Het ging zelfs zover dat bedrijven maïs lieten aanplanten midden in de haven, enkel en alleen om te voorkomen dat de natuur zich kon ontwikkelen. Tijdelijke natuurgebieden kunnen nu wel perfect op bedrijfsterreinen.

Ze liggen er soms toch vele jaren braak bij. Als het bedrijf toch gaat uitbreiden, geven we alles mooi terug. Een bedrijf dat regenwater moet bufferen, kan evengoed een poel aanleggen. Een win-win situatie voor iedereen.

Meer Info : www.mlso.be


logoMlso