Het beheer van Vlaamse waterlopen (rechttrekken, oeververstevigingen e.d.) heeft ertoe geleid dat oeverzwaluwen nog slechts weinig nestgelegenheid vinden in de oevers van beken en rivieren.

Oeverzwaluwen komen nu dan ook vooral voor op plaatsen waar graafwerken, zandhopen of zandafgravingen te vinden zijn. Tabel met aantal broedkoppels van 1995 tot 2003 per gebied in de haven.

 oeverzwaluw hazopweg bord Bert Dejaegheroeverzwaluw foto3 Marcel Vos

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Links: Nestgangen van oeverzwaluwen (foto: Bert Dejaegher)

Rechts: Oeverzwaluw met jongen (foto: Marcel Vos)


Op die manier ontwikkelde het Antwerps havengebied zich tot één van de belangrijkste broedgebieden voor oeverzwaluw in Vlaanderen. In de Antwerpse haven zijn immers altijd wel ergens zandwanden ten gevolge van graafwerken beschikbaar. tabel met het aantal broedkoppels per gebied.

Het broedsucces bleef echter beperkt doordat oeverzwaluwenwanden tijdens het broedseizoen vaak uit onwetendheid werden verstoord of vernietigd. 

Daarom werd In 2001 in het kader van het project " Antwerpse Haven natuurlijker" een plan opgestart om de oeverzwaluw beter te beschermen. Streefdoel van het plan is de uitbouw van een duurzame populatie oeverzwaluwen in het havengebied van tenminste 1000 broedparen.

Om dit doel te bereiken dienen twee acties ontwikkeld te worden:

1. Voorzien van voldoende broedgelegenheid

Broedgelegenheid kan zowel worden voorzien in de vorm van tijdelijk als permanente nestwanden.

oeverzwaluw nestgangen Hildegarde van den Camp

 

 

 

 










Kolonie in sleuf langs de Broedvlakte van Zwijndrecht, 2001 (foto: Hildegarde van den Camp)

Permanente wanden kunnen gedurende meerdere jaren gebruikt worden en kunnen alleen verwijderd worden buiten het broedseizoen en indien alternatieve wanden in nabije omgeving worden aangeboden. Aan het begin van elk broedseizoen dienen deze wanden opnieuw afgestoken te worden. Tijdelijke wanden dienen slechts één broedseizoen beschikbaar te zijn en kunnen mits een kleine inspanning vaak in de planning van graafwerken geïntegreerd worden. Uiteraard dienen alle kolonies tegen verstoring en vernietiging beschermd te worden.

2. Voorkomen dat oeverzwaluwen nestelen op ongewenste locaties
Indien het niet mogelijk is om oeverzwaluwenwanden te integreren in de planning van graafwerken, dient ervoor gezorgd te worden dat er geen steile wanden worden achtergelaten tijdens de werken. Op die manier ontstaan er geen kolonies die achteraf zouden moeten verdwijnen. Een rustig weekend is immers voldoende voor deze dieren om zich in een steile wand te vestigen.

In het kader van het project "de Antwerpse Haven natuurlijker" is dit jaar ook de brochure 'De oeverzwaluw in de Antwerpse haven' verschenen. Deze brochure richt zich tot overheden, aannemers en studiebureaus die bij graafactiviteiten in het havengebied te maken krijgen met het voorkomen van zandwanden.

Geïnteresseerden kunnen deze folder bestellen bij het secretariaat van Natuurpunt Waasland (tel.: 03/775 79 15 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.).

Om vernietiging en verstoring te vermijden zijn sinds dit jaar ook infoborden verkrijgbaar om in de nabijheid van oeverzwaluwenwanden te plaatsen. De aanmaak van deze borden gebeurde in samenwerking met het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen.

oeverzwaluw infobord 










Als u nog meer specifieke vragen hebt, of gewoon wat extra wil weten kunt u eveneens contact opnemen met Natuurpunt Waasland: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Kerkuilen

KerkuilDe Kerkuil of Tyto alba is ongeveer 34 cm groot en heeft een vleugelspanwijdte van 95 cm. De bovenzijde heeft een goudbruine tot leigrijze grondkleur en is gespikkeld. De onderzijde varieert van roestbruin tot wit. Hij is zeer goed herkenbaar aan zijn hartvormig wit gezicht, met de donkere ogen pal naar voor gericht.

Tijdens de nachtelijke vluchten is de Kerkuil over het algemeen zwijgzaam, soms laat hij een rauwe kreet horen. Rond de broedplaats maakt hij blazende en sissende geluiden.

De Kerkuil voedt zich voornamelijk met kleine prooien: spitsmuizen, bosmuizen en woelmuizen die hij naar zijn nest brengt, maar soms kan men ook vogels op het menu terugvinden. Meestal gaat het om huismussen en spreeuwen.

Hun aanwezigheid wordt meestal verraden door een massa braakballen en onverteerbare resten van hun prooi.


Uil gezien, laat het ons weten!

Op basis van de aanwezigheid van de kerkuilen, het voorkomen van broedgevallen en een beoordeling van het prooigebied, kunnen we bekijken of er meer nestgelegenheid nodig is voor de kerkuil.

Voor alle gemeenten binnen ons werkingsgebied hebben we veel meer informatie nodig, vandaar dat we jullie hulp nodig hebben: woon je in het Waasland en stel je de aanwezigheid van een kerkuil vast of heb je een kerkuil onder dak, gelieve dit door te geven aan Natuurpunt Waasland. E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Niet alleen geschikte broedplaatsen maar ook de omgeving is belangrijk!

kerkuil live klein

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

kerkuil


Natuurpunt Waasland ijvert niet alleen voor een goede broedgelegenheid, maar ook voor een kwalitatieve landschapszorg in zijn geheel! Want als de kerkuil geen jachtgebied meer heeft (zoals bijvoorbeeld hagen, houtkanten, natuurlijke akkerranden, voldoende open ruimte), dan is het voorzien van broedgelegenheid weinig zinvol! Vandaar dat de aanwezigheid van een kerkuil eveneens een goede indicator is voor de kwaliteit van de natuur in het omliggende landschap.

Wil je meer weten over de bescherming van de kerkuil? 

Surf dan naar de Kerkuilenwerkgroep!

De Kerkuilwerkgroep heeft tot doel:

  • Alle nog resterende broedplaatsen veilig te stellen en op nog geschikte plaatsen nieuwe (opnieuw) broedgelegenheid te scheppen door het plaatsen van speciale nestkasten.
  • Het voedselaanbod in de onmiddellijke omgeving van bestaande broedplaatsen te verhogen.
  • De kerkuil als broedvogel te behouden door een algemene landschapsbescherming waarbij de vogel een indicator vormt voor de kwaliteit van de biotoop waarin hij leeft.
  • De nodige informatie te verstrekken om de doelstellingen te kunnen realiseren.
  • De algemene coördinatie te verzorgen van alle initiatieven die worden genomen met het oog op de bescherming van de Kerkuil, los van welke instanties of organisaties deze ook opstarten of uitvoeren.

De werkgroep baseert zich op 25 jaar werkervaring en past het geheel in, in het Europese Kerkuilmonitorings- en beschermingsproject!
De kerkuil is gevoelig aan menselijke activiteit, verstoor de broedplaatsen dus niet!

KERKUIL schiet uit de startblokken in 2008

De Kerkuil (Tyto alba) wordt al meer dan 25 jaar opgevolgd in Vlaanderen door de Kerkuilwerkgroep Vlaanderen. De opvolging omvat inventarisatie van broedlocaties (waarbij gestreefd wordt naar nestkastcontroles), plaatsen en onderhouden van nestkasten, opzoeken van geschikte locaties, educatie en wetenschappelijke studies. Als NP WAL vertegenwoordigen wij onze werkingsregio in Antwerpen L.O., Zwijndrecht, Kruibeke, Temse en Beveren.

 

Resultaten in 2008: een sprong voorwaarts

20061215kerkuilenDit jaar werden 7 tot mogelijk 8 broedgevallen opgetekend met minimum 14 vlieg-vlugge jongen (dus uitgezonderd de 2 locaties waar geen aantallen van bekend zijn). Dit is een sprong voorwaarts tov. het vorige broedjaar 2007 met 5 broedgevallen.

Het broedseizoen was gemiddeld gezien op tijd zodat de nestkastcontrole rond midden juni kon plaats vinden. De jongen waren dan rond de drie weken oud. Bij het te vroeg controleren kan men nog op eieren stoten, met de mogelijkheid dat de oudervogels verstoord worden en mogelijk niet meer terug keren.

Als er jongen zijn keren de ouders terug om de bedelende jongen te voorzien van eten (= muizen en ratten). De jongen zijn vliegvlug rond 9-10 weken.

Samenvatting: op de respectievelijk 7 locaties (event. opgave totale legsel = eieren niet uitgekomen + vliegvlugge jongen): 3 juv.; 3 juv. ; 2 juv. ; min. 2 juv. ; 1 dood juv. + 1 ei ; 2x melding juveniele zonder aantalvermelding. Op de 8ste locatie kon niet gecheckt worden of er jongen waren, maar we gaan er van uit van wel, daar de oudervogels ge-regeld binnen en buiten vlogen. 

Van deze locaties bevonden zich er 6 in Groot-Beveren, 1 in Groot-Kruibeke, 1 in Groot-Zwijndrecht, en de andere werd opgetekend in Groot-Temse. Er werden naderhand geen 2e broedsels gesignaleerd.

6 locaties zijn al 2-7 jaar standvastig, 1 locatie verdween zonder duidelijke aanwijzing waarom (sommige adulten verblijven trouwens dan soms nog constant in de omge-ving, 1 locatie was voor de eerste keer bezet na jaren van voorheen van een geplaatste nestbak, 1 locatie werden als nieuw gesignaliseerd en zou reeds meerdere jaren aanwe-zig zijn met geslaagde broedgevallen.

Een andere locatie is ok zoals de laatst genoemde, alleen zonder aanwezigheid in 2008 (we werden gecontacteerd ivm. de afwezigheid van de uilen, maar konden enkel constateren dat het zo was).

De resultaten werden behaald in een kerk (1), een woning (3) en in een schuur (4).

De vorig jaar gemelde verloren locaties, waarvan 1 zelf 3 jaar achter elkaar resultaat opleverde zijn niet terug bezet geworden.

 

In 2008: 37 locaties in ons werkingsgebied:

Deze 37 locaties zijn van verschillende oorsprong.
1) plaatsen waar zich nestbakken bevinden (met of zonder resultaat)
2) plaatsen waar 1 exemplaar of een koppel tijdens het broedseizoen vertoeft zon-der broedresultaat
3) geschikte locaties om nog voor een nestbak of vervanging te zorgen (bvb. in enkele kerkgebouwen)
4) locaties waar meerdere keren een overwintering plaatsvindt (dus waar mogelijk ook later een broedsel zou kunnen plaatsvinden)

De vermeerdering van dit aantal is veelal te wijten aan doorsijpelende informatie van omwonenden. Hierop kunnen we dan inspelen door oa. informatie te verstrekken aan de eigenaars en om mogelijks een nestbak te voorzien voor het comfort en veiligheid van de kerkuil.

Van deze locaties zijn er al 24 uitgerust met een nestbak, waarvan 13 in een schuur, 3 in een woning, 4 in een kerk, 1 in een loods, 2 in een fort en 1 in een boom.

Buiten deze 24 nestbakken zijn er ook nog 8 vrije locaties, dus waar de uil eventueel zonder nestbak ook tot broeden kan komen, maar waar eventueel nog ruimte dient gevonden voor een nestbak. Er werden op 2 locaties ook nestbakken vervangen en/of verplaatst (bvb. voor nodige werken in een schuur.

Er worden in 2009 minstens nog 3 nestbakken bijgeplaatst > dat brengt ons dan op 40 locaties met 27 nestbakken !

 

Oproep tot medewerking

Ondanks de zeer grote oppervlakte van ons werkingsgebied, is de opvolging van de gekende locaties nog doenbaar. Er zijn misschien echter nog locaties die ons nog niet gekend zijn.

Daarom een oproep om locaties te melden, zodat we op de juiste manier en middelen (bvb. aanbrengen nestbak) de bescherming, instandhouding, en opvolging van een uitgebreider netwerk aan kerkuilen kunnen opbouwen.

Heb je weet van een broedplaats, een koppel of exemplaar, braakballen (bvb. in schuur), neem dan contact met onderstaande personen. Jouw informatie wordt discreet door de regionale medewerkers van de Kerkuilenwerkgroep behandeld.

 

Gearchiveerde artikelen

 

Dankwoord

We willen onze dank richten aan de vele personen die ons op de hoogte houden van de evolutie ter plaatse. Ook aan diegenen die meewerkten aan de uitbreiding van nestlocaties.
Voor algemene info over de Kerkuilwerkgroep kan je surfen naar www.kerkuilwerkgroep.be.

Tekst: Christine Rombaut en Luc Van de Perre (e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)

 

In opvolging van de huiszwaluweninventarisatie in 2007 zijn we in de zomer 2008 weer op tocht geweest om de huiszwaluwen in kaart te brengen. De huiszwaluw is tweekleurig: glanzend wit onderaan en blauwzwart bovenaan.

Na overwintering in Midden- en Zuid-Afrika keert hij naar ons terug vanaf midden april. Hij blijft hier vertoeven tot in september. Hij brengt vaak twee broedsels groot en keert meestal ieder jaar terug naar hetzelfde nest. De huiszwaluw, van nature een rotsbewoner, werd cultuurvolger die gebouwen zoekt als aanhechtingsplaats voor zijn nest.

Een bekende grote kolonie huist aan de watertoren te Meerdonk. Nesten worden met modder (leem, klei) aan gebouwen gehecht. Een uitgelezen nestplaats is een noord- of oostelijk gerichte overstekende dak(goot)rand. Die rand, liefst licht van kleur en poreus genoeg om de modder te hechten, beschermt tegen rechtstreekse zonnewarmtestraling.

Tekort aan modder is een eerste factor voor de achteruitgang van de huiszwaluw. Waar vindt de zwaluw nog geschikte modder in een straal van ca. 200 m rond zijn nestplaats? Er zijn echter nog andere nadelige factoren: sommige mensen wensen geen nest aan hun huis omwille van de uitwerpselen, moderne verdelgingsmiddelen schakelen massaal insecten uit en de trekroute naar Afrika wordt steeds langer omwille van de uitdijende Sahara.

De soortgenoot van de huiszwaluw, de boerenzwaluw die in gebouwen een soortgelijk nest bouwt (met stro, modder en speeksel), heeft dezelfde problemen maar heeft en surplus af te rekenen met schuren die vaak hermetisch worden afgesloten. De mens kan de huiszwaluw helpen door het ophangen van kunstnesten met mestplankje (bevordert ook de kolonievorming) en het aanbrengen van modder in de buurt van een nestplaats (bv. op een metalen verzamelplaat).

kunstnestkastenRijksarchiefBeveren

 

 

 

 

Kunstnesten onder dakgoot van het Rijksarchiefgebouw te Beveren

Huiszwaluwen broeden in Rupelmonde en Beveren

In Beveren is de oude kolonie aan het Rijksarchief in 2006 kunstmatig uitgebreid. Een 25-tal kunstnesten voor huiszwaluw en drie kunstnesten voor gierzwaluw werden onder de dakrand aangebracht. Zowel in 2006 als in 2007 kon Natuurpunt-WAL rekenen op de medewerking van de gemeente Beveren, Natuurpunt-Mechelen en onze buren Natuurpunt-Waasland Noord.

Of deze kunstnesten de huiszwaluwen werkelijk hebben geholpen, is voorlopig nog de vraag. Van de 28 nesten waren er in 2008 zeker 2 bezet, maar mogelijk waren dit er 15 meer. De nieuwe nesten konden in 2008 spijtig genoeg niet volledig opgevolgd worden. Omdat sommige kunstnesten door de zwaluwen naar de bovenliggende dakgoot en/of ingangsopening waren bijgewerkt en er meestal ook sporen van uitwerpselen waren, durven we toch positief zijn.

Opvallend is dat aan de noordelijke gevel 14 van de 16 nesten wel door de zwaluwen waren "bijgewerkt", maar niet met zekerheid bezet. Aan de zuidelijke gevel werden slechts 3 van de 10 nesten gebruikt. Opvolging in het komende broedseizoen 2009 moet hier verduidelijking en bevestiging brengen.

De oude originele en natuurlijke kolonie aan het Rijksarchief te Beveren bestaat nog maar uit 6 nesten, waarvan er minstens 2 bewoond werden in 2008. Maar de aftekening van vroegere nesten onder de dakrand verraadt dat de glorietijd ver achterop ligt, want aan de oude gevel aan de straatkant bevonden zich ooit 71 nesten! Met de nieuwe kunstnesten komen we nu maar op 34 nesten, waarvan er mogelijk 19 bewoond zijn.

In Rupelmonde kunnen we niet van een kolonie spreken omdat de nesten her en der verspreid zijn over de gemeente. De grootste groepering bedraagt 6 nesten. In Rupelmonde vinden we huiszwaluwen meestal aan particuliere gebouwen in de dorpskern. Zelfs drukke kermissen met reuzenstoeten, nachtelijke buitenoptredens met rockmuziek, middagspelen en vuurwerk lijken deze dieren niet af te schrikken.

In 2007 telden we 35 nesten waarvan er minstens 20 bewoond waren. In 2008 vonden we 38 nesten. Het broedresultaat bleef echter hangen op minstens 20, omdat in nesten van 2007 niet altijd gebroed werd. Ook in Rupelmonde kan de huiszwaluw geholpen worden door het plaatsen van kunstnesten. Door sensibilisatie van de bevolking kan de gemeente daartoe aanzetten.

Er is een locatie waar men al veertienmaal op evenveel plaatsen een kunstnest gehangen heeft, maar telkenmale verdwijnt dit spoorloos. Logistieke ondersteuning door de gemeentelijke diensten, bijvoorbeeld door het plaatsen van mestplankjes, kan particulieren verleiden om kunstnesten aan hun gevel aan te brengen.

Maar ook aan horecazaken en gemeentelijke gebouwen kunnen kunstnesten een voorbeeldfunctie zijn! KRUIN vzw (Kruibeeks Natuurbehoud) hing aan de gevel van het in restauratie zijnde monument "De Watermolen" in de Nederstraat 4 kunstnesten met mestplank en een aparte mestplank zonder nesten om zwaluwen tot bouwen aan te zetten. KRUIN plant trouwens in het komende schooljaar een educatief gerichte actie hieromtrent.

Ook de gemeente Kruibeke heeft z'n kandidatuur gesteld om toe te treden tot de vzw Regionaal Landschap Schelde Durme. Deze vzw ondersteunt o.a. acties om huiszwaluwen te beschermen. Meer info: www.natuurpunt.be/biodiversiteit. Een folder, technische fiche, brochures kan je downloaden onder "voorstelling modules" bij 9 "Acties voor de Huiszwaluw".

Tekst: LucVan de Perre 

natNestenRijksarchiefBeveren